Er zal vast wel iets over mezelf te vertellen zijn, ik begin alleen te gapen als ik eraan denk. Het zijn de levens van anderen die boeiend zijn, niet die van mezelf. Maar voor jou, lezer, ben ik de ander dus ik zal er wel niet onderuit komen om toch iets los te laten. Wat zou je willen weten van me. Mijn uiterlijk heb je al bekeken. Kritisch natuurlijk,

want hoe ziet dat er uit, zo'n tweeënvijftigjarige debutante. Vermoedelijk niet veel anders dan een vijfentwintigjarige, alleen wat meer wallen, rimpels en photoshop. 

Oja, ik heb geen kat. Veel schrijfsters met bepaalde trekjes hebben zo'n substituut voor de liefde. Maar nee, zelfs daarvoor is geen plek in mijn leven. Letterlijk, want mijn woning is te klein. Ik mis het wel, iets warms en aaibaars. Af en toe luister ik naar de door avondnevel overtrekkende ganzen boven dit provinciestadje. Ze vliegen weliswaar buiten mijn bereik, maar toch connecteren we. 

Goed. Je weet nu hoe ik eruit zie, mijn leeftijd en waar ik niet woon (in de hoofdstad).

Op mijn dertigste rondde ik een bundel zeer korte verhalen af. De term ZKV bestond nog niet, laat staan dat je daarmee kon debuteren. Ook nu vermeldt internet als eerste bij deze zoekterm: Zaandamse Korfbal Vereniging.

Desondanks was uitgeverij Nijgh en Van Ditmar in me geïnteresseerd. Ze probeerden me te koppelen aan iemand die me misschien verder zou helpen. Mijn bundeltje werd doorgestuurd naar een toen nog vrij onbekende regisseur: Hany Abu-Assad. Niets onbekends meer aan inmiddels. We hadden een onderhoudend gesprek in een Amsterdams café. Als het niet onderhoudend was geweest had ik dit ook gezegd.

Hij vond dat ik iets van Brigitte Kaandorp had. Dus ik zal wel heel leuk gedaan hebben tijdens onze ontmoeting. Abu-Assad had een tv-productie in gedachten en kon daarbij hulp gebruiken. Hij legde mij zijn idee voor en vroeg of ik het een en ander op papier wilde zetten. Dat leek me wel wat, ik maakt een opzetje maar al spoedig liet Hany weten dat de productie wegens allerhande obstakels niet door kon gaan.

Allerhande obstakels zou mijn overkoepelende levensthema worden.

Mijn toenmalige partner bedacht dat hij naar Frankrijk wilde emigreren. De romantisch kant bood voor mij enig perspectief. Hij zou namelijk een pruimenboomgaard overnemen, inclusief de hele santenkraam waarmee je die dingen geacht werd te oogsten en verwerken tot een gedroogd en verkoopbaar product. De boomgaard stond op een bijzonder idyllische plek, enorme lap grond erbij, zelfs een bosperceel. Terwijl hij van de ene op de andere dag pruimenboer zou worden, zag ik mezelf op blote voeten over onze uitgestrekte hectaren dwalen, een stokbroodje voor hem snijden en me verder wijden aan verhalen schrijven voor mijn oprukkende lezerspubliek in Nederland, ondertussen aan een bloesempje ruikend, een vers pruimpje etend.

 

De obstakels:

~ Onze relatie vertoonde al een tijdje sleetse plekken. 

  (sommige sleetse plekken zijn verlicht- zie hieronder)

~ Ik had geen talent voor de Franse taal.

~ Ik zou te ver van mijn zieke moeder afwonen.

~ We hadden geen geld genoeg om alles te financieren.

De pruimenboomgaard ging niet door, mijn partner wilde toch naar Frankrijk, ik wilde niet mee en twee weken voor zijn definitieve vertrek stapte mijn moeder uit het restant van haar – door een gevaarlijke man - vernielde leven.

Daarover meer in het voorwoord van mijn novelle.

Pas tien jaar later lukte het me om het schrijven weer serieus op te pakken. Tien jaar. Dat is lang hoor. Het waren niet mijn beste jaren. Obstakels, inderdaad. Maar ik heb ze doorleefd en ben nu een doorleefkundige. Met een verhaal. Een verhaal vol zin en onzin, verzinsels en echtsels.

Inmiddels heb ik een uitgever* gevonden, het boekenballetje is eindelijk gaan rollen ... 

* uitgeverij Van Warven

  • w-facebook
  • Twitter Clean
  • w-youtube